De Wetenschapsreporter - februari

28 feb 2019
Roland Reezigt
Roland Reezigt
Van onze Wetenschappelijke reporter
De bijdragen van onze wetenschappelijke reporter voor de maand februari.

Is manuele therapie effectief bij cervicogene en tension-type hoofdpijn?

Vele mensen hebben ooit in hun leven hoofdpijn, 96% heeft ooit in het leven hoofdpijn. Het is daarmee de derde meest prevalente soort van pijn binnen de Global Burden of Disease (waar rugpijn met stip op 1 staat). Hoewel cervicogene en tension-type hoofdpijn andere rationales hebben qua ontstaan, beïnvloeding en diagnostiek, komen beide veel voor en zorgen voor veel problemen zoals het missen van werk of school (tot wel 55% van de mensen die hoofdpijn hebben).

Vele therapieën worden gebruikt hiertegen binnen het domein van de fysio- en manueel therapeut. Van massage, rekken en oefenen tot mobilisatie en manipulatie. In deze review werd gekeken of specifiek mobilisatie/manipulatie effectiever is dan conservatieve therapie (waaronder massage, rekken en oefentherapie viel).

De auteurs komen tot de conclusie dat manuele therapie in engere zin (als unimodale therapie!) niet effectiever is dan conservatieve therapie op het gebied van hoofdpijnfrequentie, pijn of disability. Alleen specifiek bij tension-type hoofdpijn lijkt het effectiever te zijn wanneer men kijkt naar disability (Effect Size van 0.47 (95% BI 0.10-0.84).

Daarbij is het belangrijk om te vermelden dat het mogelijk is dat zowel conservatieve als manuele therapie evenzeer effectief zijn als behandeling voor deze vormen hoofdpijn. Ook is de manuele therapie door diverse disciplines met diverse technieken gedaan, wat het maken van conclusies moeilijker maakt. Er zijn tevens aanwijzingen dat manuele therapie als aanvulling op oefentherapie waardevol is, net als het toevoegen van (pijn?)educatie.

Bron

Matthew Coelho, Naomi Ela, Allison Garvin, Charles Cox, Wendy Sloan, Mary Palaima & Joshua A. Cleland (2019): The effectiveness of manipulation and mobilization on pain and disability in individuals with cervicogenic and tension-type headaches: a systematic review and meta-analysis, Physical Therapy Reviews, DOI: 10.1080/10833196.2019.1572963
Bron foto: https://www.deviantart.com/…/Open-Up-My-Head-And-Let-Me-Out…

 

Zijn het onze gouden handen die het verschil maken?

Vorige week stonden we stil bij de specifieke effecten van manuele therapie, welke mogelijk uitlegbaar zijn via een neuroimmunologische bril i.p.v. een meer biomechanische visie. Dit specifieke effect is echter slechts een deel van het verhaal; als we naar de behandeling in het geheel kijken doen we nog veel meer.

De manueel therapeut doet niet alleen iets met zijn handen, maar onbewust gebeurt er van alles. Als therapeut doen we, ongeacht de specifieke interventie, allerlei dingen zeer goed. Deze zaken, waar we soms niet bij stil staan, worden aspecifieke effecten of contextuele factoren genoemd. Waar voorheen dit vaak onder de noemer van placebo terzijde geschoven werd, geven hedendaagse studies meer inzicht hierin.

Binnen contextuele factoren kan gedacht worden aan zaken als 1) therapeut karakteristieken, 2) patiënt karakteristieken, 3) therapeut – patiënt relatie, 4) zorgsetting / gebouw en 5) de behandeling zelf. Binnen deze dimensies kunnen positieve triggers aanwezig zijn waardoor er binnen het brein diverse neurotransmitters vrijkomen. Helaas kunnen negatieve triggers ook aanwezig zijn, met nocebo’s als gevolg wat het beschermingssysteem van de patiënt versterkt en zodoende zal leiden tot meer ervaring van klachten (meer pijn, verslechterde actieprogramma’s, veranderde stressregulatie programma’s – zie de Body Self Neuromatrix).

Het is het doel van elke therapeut om binnen deze dimensies de negatieve triggers te vermijden en de positieve triggers te bekrachtigen. Denk hierbij aan de communicatie (positief bekrachtigen van de robuustheid van het lichaam, zelf management bekrachtigen, complimenteren etc maar vooral niet zaken benoemen waardoor er therapeutafhankelijkheid en zwakte ontstaat, zoals ‘recht zetten’ of ‘los maken’), denk aan het voldoen van verwachtingen door deze eerst uit te vragen en eventueel bespreekbaar te maken (shared decision making), een professionele omgeving te creëren waarin gezondheid, kracht en positiviteit centraal staat en zo zijn er nog vele mogelijkheden.

Bron: https://www.researchgate.net/publication/322647814

Rossettini G, Carlino E, Testa M. Clinical relevance of contextual factors as triggers of placebo and nocebo effects in musculoskeletal pain. BMC Musculoskelet Disord. 2018 Jan 22;19(1):27. doi: 10.1186/s12891-018-1943-8. Review. PubMed PMID: 29357856; PubMed Central PMCID: PMC5778801.

 

Hoe werkt manuele therapie eigenlijk?

Als manueel therapeut zijn we overtuigt van de werking van onze therapie. Desalniettemin is het van groot belang om uit te zoeken hoe het precies werkt, zodat we kunnen inzetten op hetgeen waar we zo goed in zijn. Elke therapie kent specifieke effecten en aspecifieke effecten (en in wetenschappelijke onderzoeken zelfs ‘onderzoekseffecten’ zoals het Hawthorne effect). Beide effecten zijn mogelijkerwijs te verbeteren indien we meer grip hierop krijgen.

Bialosky houdt zich hier, naast uiteraard vele anderen (ook Nederlandse onderzoekers!), veel mee bezig. In een poging de specifieke effecten in een model te zetten, zien we dat de huidige inzichten ons met name meenemen naar de pijnwetenschappen. Tegelijkertijd zien we dat biomechanische, weefselfysiologische rationales terrein verliezen.

Het neuroimmunlogische beschermingssysteem, in een vorige post vorm gegeven vanuit de Body Self Neuromatrix van Melzack (2001), lijkt beïnvloedt te worden door manuele therapie. Wanneer we naar de specifieke effecten kijken, zal een externe prikkel geleverd door de therapeut leiden tot diverse veranderingen in het beschermingssysteem. Invloed wordt uitgeoefend op temporal summatie in het ruggenmerg, leidend tot vermindering van het wind-up fenomeen, invloed op centrale pijninhibitie via versterking van het conditioned pain modulation effect, invloed op diverse supraspinale gebieden en tevens invloed op het immunologische systeem.

Hoewel dit model een sterke invulling aan de rationale van de specifieke effecten van manuele therapie geeft, is er nog zeer veel onderzoek nodig om dit te bevestigen, te specificeren en om richting te geven hoe we dit kunnen optimaliseren.

Bron: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/29034802

Bialosky JE, Beneciuk JM, Bishop MD, Coronado RA, Penza CW, Simon CB, George SZ. Unraveling the Mechanisms of Manual Therapy: Modeling an Approach. J Orthop Sports Phys Ther. 2018 Jan;48(1):8-18. doi: 10.2519/jospt.2018.7476. Epub 2017 Oct 15. PubMed PMID: 29034802.

 

Trefwoorden: