Bijwerkingen na manueel therapeutische handelingen aan de cervicale wervelkolom

21 jan 2020
Rik Kranenburg is gepromoveerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Van harte gefeliciteerd, Rik! In zijn proefschrift richtte Kranenburg zich op het verkrijgen van meer inzicht in aard en de omvang van potentiele complicaties na het toepassen van manueel therapeutische handelingen aan de cervicale wervelkolom bij mensen met nekpijn en/of hoofdpijn. De complicatie die het meest optreedt is dissectie.

Proefschrift

Hij beschrijft in zijn proefschrift dat het grootste deel van de patiënten die een manueeltherapeut consulteert in een Nederlandse eerstelijnspraktijk dat doet wegens klachten aan de nek. Uit zijn onderzoek blijkt ook dat manueeltherapeuten behandeling van het bovenste gedeelte van de nek als risicovoller ervaren. In dit proefschrift zijn mogelijke complicaties gedefinieerd en gekoppeld aan bestaande classificaties. Vervolgens zijn deze mogelijke complicaties in kaart gebracht door een systematisch literatuuronderzoek. Daarmee is geprobeerd inzicht te krijgen in de karakteristieken van de betreffende patiënten en behandelaren.

De complicatie die het meest optreedt is een dissectie. Omdat er geen profiel van patiënten met een potentieel hoger of lager risico op complicaties op te maken is uit de literatuur, is er een vergelijkend onderzoek uitgevoerd tussen patiënten met een dissectie en nekpijnpatiënten zonder deze complicatie. Ook daaruit bleek geen duidelijk verschil in karakteristieken tussen beide groepen. Om te achterhalen of de doorstroming van de cervicale arteriën verminderd door bewegingen van de nek, is er een systematisch literatuuronderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen aanwijzingen zijn dat bewegingen van de nek de doorstroming van arteriën daadwerkelijk verminderen.

Tot slot is gedurende een nationale inventarisatie die 12 maanden duurde een schatting gemaakt van de incidentie van ernstige complicaties. In Nederland wordt deze geschat op 1 op 2.869.020 cervicale manipulaties.

Rik Kranenburg

Rik Kranenburg (1980) studeerde fysiotherapie aan de Hanzehogeschool in Groningen en manuele therapie aan de SOMT in Amersfoort. Momenteel is hij werkzaam als docent fysiotherapie bij de Hanzehogeschool Groningen en als manueel therapeut bij Fysiotherapie Hooiweg in Zuidhorn. Zijn promotieonderzoek vond plaats bij lectoraat Healthy Ageing, Allied Health Care and Nursing van de Hanzehogeschool Groningen. De titel van zijn proefschrift luidt: Adverse events following cervical manual physical therapy techniques.

Trefwoorden: